Gisteravond stond ik op het podium bij de VPRO Tegenlicht Meet-up over meer AI en minder mensenwerk. Een avond vol energie, nieuwsgierigheid en spanning. Een zaal waarin mensen vooral hun zorgen wilden delen. En ik kwam binnen met mijn bekende tech-optimisme, klaar om te laten zien wat er mogelijk is als we AI op een slimme, menselijke manier inzetten.
Maar al snel merkte ik dat mijn tempo hoger lag dan dat van de zaal.
En daar ging het mis.
Niet dramatisch mis. Maar menselijk mis. Het soort fout dat je voelt in je buik. Een fout die je al vaker hebt gemaakt en waarvan je dacht dat je hem beter in de vingers had. Maar blijkbaar moet je hem nog een paar keer meemaken voordat je hem écht doorleeft.
Een vrouw vroeg me wat volgens mij de nadelen zijn van AI. Ik stond even stil. Niet omdat ik ze niet ken, maar omdat ik ze anders voel. Voor mij zijn risico’s geen reden om stil te staan, maar een uitnodiging om beter te ontwerpen. Voor haar waren het existentiële zorgen. En precies daar voelde ik de afstand.
Ik merkte dat ik mezelf kleiner maakte. Dat ik, in plaats van verbinding te zoeken, in overtuigen schoot. Ik voelde boosheid en teleurstelling opkomen en dacht: zo wordt negativiteit een selffulfilling prophecy. Terwijl dat precies is wat ik níet wil. Juist nu hebben we leiders nodig die niet alleen spreken, maar ook verbinden. Leiders die luisteren wanneer mensen hun zorgen uitspreken. Dat is het voorbeeld dat ik wil geven. Dat is het leiderschap waar ik voor sta. En op dat moment lukte me dat niet.
Toch waren er ook momenten waarop de zaal openbrak. Toen ik sprak over de mensen die het nu niet redden in het huidige systeem. De mensen die langs de kant staan. De mensen die vastlopen in werk dat hen leegtrekt. De mensen die geen ruimte krijgen om te spelen, te groeien of met plezier naar hun werk te gaan. De mensen die geen glimlach achterlaten, maar een spoor van pessimisme.
Voor die mensen doe ik dit werk. Niet voor tech. Niet voor cijfers. Maar voor menselijkheid.
AI gaat voor mij over perspectief. Over het slimmer en eerlijker matchen van mensen en werk. Over het weghalen van werk dat AI beter kan doen. Over taken doorgeven aan iemand die er wél energie van krijgt. Over ruimte vrijmaken zodat mensen iets betekenisvols kunnen doen. Over kansen zien voor doelgroepen die al te lang te horen kregen wat ze níet kunnen.
AI brengt volgens mij vooral vertrouwen terug. Vertrouwen dat je meer kunt dan je cv laat zien. Vertrouwen dat er passend werk is. Vertrouwen dat je wél mag groeien. Dat je wél welkom bent.
En precies daarom is verbinden zo belangrijk. Zonder verbinding wordt AI iets abstracts. Iets engs. Iets dat over mensen heen rolt. Terwijl het juist bedoeld is om mensen dichter bij hun potentieel te brengen.
Later in de auto voelde ik de avond opnieuw. Ik merkte hoe waardevol dit soort fricties zijn. En door er even met AI over te sparren werd alles nog helderder: als ik die spanning écht kan dragen, word ik een betere spreker. Een betere verbinder. Een betere leider.
Eerst luisteren, dan delen. Dat wordt mijn mantra. Niet als beperking, maar als uitnodiging aan mezelf.
Ik maakte gisteren fouten. Maar fouten die me vooruit helpen. Fouten die bij leren horen. Fouten die me dichter brengen bij het leiderschap dat ik wil tonen. Want ik weet dat ik groei. Ik voel het in gesprekken, in feedback, in hoe ik anders kijk dan een paar jaar geleden.
En ik weet ook: ik ben er nog lang niet. Gelukkig maar. Want precies in de ruimte tussen weten en worden gebeurt het echte werk.
Daarom sta ik op zulke avonden op een podium. Niet om gelijk te halen, maar om samen stap voor stap een toekomst te bouwen waarin menselijkheid, werk en AI elkaar versterken.
En elke keer dat ik struikel, kom ik dichter bij die toekomst.
Dank aan de organisatie en alle deelnemers voor deze avond. Voor de vragen, de spanning, de openheid en de ruimte om samen te onderzoeken. Het was waardevol.


