Maandag 7 september was ik in Nieuwspoort bij het iPoort-debat over vijf jaar vaste Tweede Kamercommissie Digitale Zaken. De vraag: hoe nu verder?
Er werd gesproken over AI, digitale soevereiniteit en de verhouding tussen markt en overheid. Belangrijke onderwerpen. Toch bleef bij mij vooral het gevoel hangen dat we heel goed weten waartegen we ons willen beschermen, maar veel minder duidelijk maken waar we naartoe willen.
Ik miste verlangen.
Waar is het positieve verhaal?
Tijdens het zaaldebat bracht ik dat in. Waar is de verwondering over wat deze technologie mogelijk maakt? Waar is het aantrekkelijke toekomstbeeld? De bijval die ik kreeg, liet me merken dat meer mensen daar behoefte aan hadden.
Natuurlijk moeten we het hebben over macht, privacy en afhankelijkheid. Maar een samenleving komt niet alleen in beweging doordat je haar vertelt wat er allemaal mis kan gaan. Mensen willen ook weten: wat kan dit betekenen voor mijn werk, mijn kinderen, mijn leven?
Een positief narratief is geen vrolijke verpakking om een ongemakkelijke verandering. Het is een geloofwaardig verhaal over wat we willen verbeteren, wie daarvan profiteert en hoe mensen kunnen meedoen.
Een verpleegkundige met meer aandacht voor een patiënt. Een inwoner die wordt geholpen zonder van loket naar loket te worden gestuurd. Een medewerker die ontdekt dat zijn talent op meer plekken waardevol is dan zijn functietitel doet vermoeden.
Daar wil ik het over hebben. Welke samenleving willen we met AI mogelijk maken?
Van praten over AI naar ervaren wat er kan
Mijn eigen enthousiasme komt voort uit dagelijks gebruik. Ik geef AI taken, laat informatie uitzoeken, analyses voorbereiden en documenten uitwerken. Daarmee verandert mijn verhouding tot de technologie: van vragen stellen naar werk overdragen.
Dat is wat agentic AI interessant maakt: systemen die met hulpmiddelen meerdere stappen kunnen uitvoeren om een opdracht af te ronden. Niet alleen een antwoord formuleren, maar ook iets voor je doen.
Ook zulke systemen kunnen fouten maken. Het model, de taak, de beschikbare bronnen en de controles bepalen hoeveel je kunt overlaten. Vertrouwen bouw je taak voor taak op, door resultaten te toetsen en helder te houden waar menselijk oordeel nodig blijft.
Wie dat zelf ervaart, krijgt een ander gesprek. Welke werkzaamheden kan ik uit handen geven? Waar kan ik met AI meer bereiken? En hoeveel minder tijd hoeven we te besteden aan werk waar we nu op leeglopen?
Voor mij is de mooiste belofte niet dat we nóg meer kunnen produceren. Het is dat er meer ruimte kan ontstaan voor aandacht, creativiteit en verbinding. Minder bezig zijn met het systeem, meer aanwezig zijn bij elkaar.
Digitale soevereiniteit is geen digitale afzondering
Ook bij de herkomst van technologie helpt het om concreet te worden.
Bij 8vance bouwen we Nederlandse matchingtechnologie. Tegelijk gebruiken we bij het ontwikkelen ook Amerikaanse AI-modellen, bijvoorbeeld voor analyse en code. Welke hulpmiddelen je gebruikt om software te bouwen, is een andere vraag dan hoe je product werkt en waar klantgegevens terechtkomen. Beide vragen verdienen een zorgvuldig antwoord.
De keuze is niet simpelweg: alles Nederlands of alles Amerikaans. De vraag is: welke technologie gebruiken we waarvoor? Welke gegevens delen we? Welke afhankelijkheid accepteren we? En kunnen we overstappen als dat nodig is?
Ik wil een Europa dat zelf ontwikkelt, eisen stelt én samenwerkt. Vertrouwen in mensen en hun ambities kan prima samengaan met stevige afspraken over controle en verantwoordelijkheid.
Amerika is bovendien meer dan zijn regering. In de podcast Een ander Amerika verkennen mijn broer Geerten Waling en Talitha Muusse een ander perspectief op het land. Voor mij een uitnodiging om ook voorbij de politieke actualiteit te kijken, naar mensen, geschiedenis en gedeelde waarden. Zonder geopolitieke risico’s weg te poetsen.
Hoe blijven we staan in de tussentijd?
De grootste opgave is voor mij niet de technologie zelf. Het is de overgang naar een samenleving waarin die technologie een andere verdeling van werk mogelijk maakt.
We zitten in een tussentijd. Oude systemen lopen op steeds meer plekken vast, terwijl nieuwe manieren van werken en organiseren nog niet zijn uitgekristalliseerd. Technologie kan sneller veranderen dan opleidingen, organisaties en regels. Ondertussen moeten mensen gewoon hun huur betalen en hun werk doen.
Hoe blijf je staan als je vak verandert, je vertrouwde houvast verschuift en niemand precies kan vertellen wat ervoor terugkomt?
Daar helpt alleen een verhaal over productiviteit niet. Mensen hebben perspectief nodig: bestaanszekerheid, ruimte om te leren, invloed op hun werk en het vertrouwen dat zij ertoe blijven doen.
Het verdwijnen van een taak is immers niet hetzelfde als het verdwijnen van iemands waarde.
We kunnen tegelijkertijd tekorten aan mensen hebben én werk zien verdwijnen. De verbinding daartussen ontstaat niet vanzelf. Daarvoor moeten we verder kijken dan functietitels: naar taken, talenten, ontwikkelmogelijkheden en het werk dat werkelijk nodig is.
Precies die verbinding houdt mij bezig. Hoe organiseren we werk rondom wat mensen en AI samen kunnen? Hoe helpen we iemand van verdwijnend werk naar een betekenisvolle nieuwe bijdrage?
En hoe zorgen we dat gewonnen tijd ook echt meer menselijke aandacht oplevert, in plaats van alleen hogere targets?
Een commissie voor transformatie
Daarom zou ik willen dat Digitale Zaken zich nadrukkelijk ontwikkelt tot een commissie voor transformatie. Niet als extra bestuurlijke laag, maar als een verbindende opdracht: samen met de commissies voor werk, zorg, onderwijs en economie richting geven aan deze overgang.
Daar ligt al een aanknopingspunt. De kennisagenda van de commissie noemt een toekomstverkenning over AI en data, en maatschappelijke digitale innovatie. Mijn voorstel is om die ambitie tastbaar te maken in het dagelijks leven van mensen.
Bij iedere grote AI-ontwikkeling horen dan drie vragen: wat willen we mogelijk maken, wat moeten we beschermen en wat hebben mensen nodig om de overgang mee te maken?
Een positief toekomstbeeld hoeft de onzekerheid niet te ontkennen. Het moet mensen helpen om binnen die onzekerheid een volgende stap te zetten. Vertrouwen groeit als je iets kunt proberen, invloed hebt op de uitkomst en merkt dat je wordt ondersteund.
Laten we beginnen met één werksessie
Mijn voorstel aan de commissie en iPoort: organiseer een werksessie van negentig minuten over AI en de tussentijd. Met Kamerleden, beleidsmakers en mensen uit de praktijk. Kies vooraf één concrete casus, bijvoorbeeld de administratieve werkdag van een publieke dienstverlener.
We werken in drie stappen:
- Ervaren. Geef AI een echte, afgebakende taak met openbare of fictieve gegevens. Bekijk wat werkt, wat misgaat en waar menselijk oordeel nodig blijft.
- Verlangen. Ontwerp samen een betere werkdag. Wat kan AI overnemen? Waar willen we juist méér menselijke aandacht? Wat heeft de medewerker nodig om mee te kunnen?
- In beweging komen. Werk één voorstel uit voor een kleinschalige praktijkproef. Benoem de verantwoordelijke, de randvoorwaarden en hoe we tijdwinst, kwaliteit én de ervaring van mensen beoordelen.
De opbrengst: een gedeeld toekomstbeeld voor die casus, zicht op de belemmeringen en een uitvoerbare volgende stap. De commissie kan die inzichten gebruiken voor haar controlerende en wetgevende werk; een praktijkorganisatie kan de proef uitvoeren.
Ik help graag zo’n sessie vorm te geven en te begeleiden. Vanuit mijn werk met AI-matching breng ik de verbinding mee tussen technologische mogelijkheden, het anders organiseren van werk en de vraag wat mensen nodig hebben om mee te bewegen. Die vragen horen voor mij bij elkaar.
We hoeven niet precies te weten hoe de toekomst eruitziet om te beginnen. Wel moeten we durven zeggen wat we voor mensen beter willen maken.