Vanmorgen zat ik bijna letterlijk tussen de bewoners van een woonzorgflat in Rotterdam. Niet op een innovatiecongres of in een boardroom, maar op de plek waar het uiteindelijk moet gebeuren. Aan tafel met de mensen van Aafje, Laurens, Humanitas Rotterdam, Lelie zorggroep en woningcorporatie Woonbron die iedere dag met bewoners werken.
We spraken over iets wat op papier heel eenvoudig klinkt: mensen die bij elkaar in een flat wonen slimmer aan elkaar koppelen.
Een bewoner heeft hulp nodig met een brief van de gemeente, terwijl een oud-docent Nederlands drie verdiepingen hoger prima kan helpen. Iemand wil graag wandelen. Een ander zoekt gezelschap. Iemand kan niet meer zo makkelijk een klusje doen, terwijl een buurman vroeger timmerman was. Of, een echt voorbeeld uit de praktijk vanochtend: een Russischsprekende bewoonster bleek gek op schaken. Er woonde iemand in dezelfde flat die graag met haar wilde schaken. Inmiddels spreken ze iedere week af.
Dat is waar we met onze Maatjes Matching App mee experimenteren. Bewoners geven heel eenvoudig aan: ik heb hulp nodig of ik wil iemand helpen. Daarachter helpt AI om ook combinaties te zien die niet letterlijk hetzelfde zijn. Niet alleen iemand die vraagt om een wandelmaatje koppelen aan iemand die wil wandelen, maar begrijpen dat iemand die vroeger docent Nederlands was waarschijnlijk ook iemand kan helpen een ingewikkelde brief te begrijpen.
De techniek is niet het moeilijkste deel
Technisch vind ik dat fantastisch. Maar vanochtend werd ik er weer aan herinnerd dat de techniek eigenlijk helemaal niet het moeilijkste deel is.
Deze en andere apps die in Rotterdam worden gebruikt om sociale cohesie te versterken, werden niet zomaar online gezet. Mensen stonden letterlijk naast bewoners om ze samen te bekijken. Want mensen vonden het spannend. Is het wel veilig? Wat gebeurt er met mijn gegevens? Waar moet ik klikken? Er werden bijeenkomsten over online veiligheid georganiseerd en mensen werden steeds opnieuw geholpen om ermee te leren werken.
En daar zit volgens mij een veel grotere les over AI in.
We kunnen inmiddels ongelofelijk veel bouwen. Sterker nog, technologie wordt in hoog tempo eenvoudiger. Met AI kunnen bouwers sneller nieuwe toepassingen maken en hoeven gebruikers steeds minder te begrijpen hoe ingewikkelde software werkt. Je hoeft straks niet meer te weten waar informatie staat of welke knop je moet hebben. Je vraagt wat je nodig hebt en AI helpt je zoeken, begrijpen en handelen.
Daarmee wordt technologie toegankelijker, data toegankelijker en uiteindelijk ook andere mensen toegankelijker. Want achter die data zitten mensen met kennis, ervaring, tijd, talent, behoeften en de bereidheid om iets voor een ander te betekenen. Dat vind ik misschien wel het mooiste aan dit soort technologie: AI hoeft ons niet verder van elkaar af te brengen. Het kan ons juist helpen elkaar weer te vinden.
Waar het echte werk begint
Maar precies daar begint het echte werk.
Want zodra je dat in een zorgomgeving probeert, komen volkomen terechte vragen op tafel. Wie mag iemand helpen met een brief van de Belastingdienst? Wat als iemand verkeerd advies geeft? Laat je mensen rechtstreeks contact met elkaar opnemen of laat je een coördinator ertussen zitten? Wie mag een woning binnen? Hoe weet je wie iemand is? Wat doe je met privacy en aansprakelijkheid?
Ik merkte tijdens het gesprek dat ik zelf ook onmiddellijk in die complexiteit werd gezogen. Mijn hoofd wil dan oplossingen bedenken, systemen koppelen, risico’s afdekken en alles zo organiseren dat het straks perfect klopt.
En ineens dacht ik: misschien is dát wel een van onze grootste valkuilen.
We proberen de toekomst soms zo goed te organiseren dat we er niet meer aan beginnen.
Natuurlijk moeten veiligheid, privacy en verantwoordelijkheid goed geregeld zijn. Zeker hier. Maar vanochtend hoorde ik ook iemand zeggen: als we niets meer doen omdat er een kans bestaat dat er iets misgaat, kunnen we net zo goed stoppen met zorg verlenen. Ook mét medewerkers, procedures en VOG’s kunnen dingen misgaan.
De interessante vraag is daarom niet hoe we ieder risico vooraf kunnen uitsluiten. De vraag is binnen welke grenzen we verantwoord durven te beginnen, zodat vertrouwen kan ontstaan.
Dat zie je ook terug in hoe we deze Maatjes Matching App hebben opgezet. Technisch zouden we bewoners direct aan elkaar kunnen koppelen. Toch hebben we er bewust voor gekozen om de daadwerkelijke introductie voorlopig via de Thuisplus-coördinator te laten verlopen. Niet omdat de technologie het niet kan, maar omdat mensen elkaar kennen, vertrouwen moeten opbouwen en we samen willen leren wat werkt.
Dat is implementatie. Niet eerst alles weten en het daarna uitrollen, maar klein beginnen, kijken wat er gebeurt, leren, aanpassen en langzaam de ruimte vergroten.
Mensen die erin geloven
En daarvoor heb je mensen nodig die erin geloven.
Mensen die helder kunnen maken waarom we dit überhaupt doen. Omdat eenzaamheid een probleem is. Omdat de zorgvraag groeit. Omdat medewerkers het steeds drukker krijgen. Maar ook omdat er in zo’n flat enorm veel talent rondloopt dat we nauwelijks zien. Mensen die misschien zorg ontvangen, kunnen tegelijkertijd van grote waarde zijn voor iemand anders.
Dan kijk je ineens anders naar zo’n woonzorgflat. Niet alleen als een verzameling bewoners met zorgvragen, maar als een gemeenschap vol mogelijkheden.
Misschien is dat wel wat mij vanochtend het meest bijbleef. Succesvolle AI-adoptie begint niet bij AI. Het begint bij mensen die ergens naar verlangen en bereid zijn ervoor te gaan staan.
Niet roekeloos. Niet door terechte zorgen weg te wuiven. Maar ook niet door iedere onzekerheid te beantwoorden met nog een werkgroep, beleidsstuk of systeemdiscussie.
We hebben veranderaars nodig die ruimte maken om het nieuwe veilig te proberen. Bestuurders, zorgmedewerkers, welzijnsmedewerkers, bewoners, IT’ers, privacy-experts en leveranciers. Iedereen kan op zijn eigen plek de beweging groter of kleiner maken.
Als AI-evangelist kan ik prachtige verhalen vertellen over wat er technologisch allemaal mogelijk wordt. Maar zo’n ochtend tussen de mensen die het daadwerkelijk moeten gaan doen, schudt me dan weer lekker wakker.
De technologie gaat hard genoeg.
De echte innovatie begint wanneer wij haar durven te gaan gebruiken.